Sinds 2 jaar geef ik het vak Liturgiek op het seminarie en wil mij graag aan u voorstellen, maar vooral iets vertellen over het vak. Het is een ‘klein’ vak, d.w.z. er zijn niet zoveel punten mee te halen als bijvoorbeeld Homiletiek, om maar een vak te noemen en dat net als Liturgiek te maken heeft met de kerkdienst.

In mijn theologiestudie, die ik vanwege de leerstoel Bijbelvertalen aan de VU heb gevolgd, ben ik van hoofdvak Nieuwe Testament overgegaan op Praktische Theologie. De directe aanleiding was het pastorale werk in een gemeente tijdens mijn opleiding. Dat trok mij zo, zodat ik mij meer wilde verdiepen in Praktische Theologie en dat is uiteindelijk de aanleiding geworden dat ik geen bijbelvertaler maar predikant ben geworden. De pastoraat-colleges winnen het glansrijk als ik kijk naar het aantal uren college dat ik gevolgd heb, maar uiteindelijk ben ik afgestudeerd in Liturgiek. Ik denk dat de Psalmen de link tussen die twee zijn: onmisbaar in pastoraat en onmisbaar en onopgevelijk in de eredienst. Wat doe je je zelf als kerk te kort als je de Psalmen loslaat. Mijn doctoraalscriptie gaat over het gebruik van Psalmen in theologie en liturgie door de eeuwen heen, met als model voor het hele Psalmboek, Psalm 19.

Het is niet zo verbazingwekkend dat de opleidingen in Nederland zo weinig ruimte bieden in het programma voor Liturgiek. Er zijn wel tijden geweest dat een kerkdienst in de krant stond als “Preedicatie” en “preekvoorzieners” bellen je op, om te vragen of je kunt komen preken. Alsof de dienst alleen uit een preek bestaat en de rest er niet toe doet. Op zo’n vraag van de preekvoorzieners antwoordde mijn leermeester steevast: “Nee, maar ik kan wel voorgaan in dienst.” Want een “Predikant” is ook “Liturg” die moet zorgen dat de hele dienst goed in elkaar zit, zowel qua inhoud als qua opbouw. Dat daar weinig oog voor is, blijkt uit de liederen die door bijvoorbeeld de ouderling van dienst worden uitgekozen op een vast punt, maar vaak een lied dat op die plek in de dienst niet past.
Behalve dat de overige elementen van de kerkdienst er maar bij hingen was er nog een andere reden om niet te veel aandacht te schenken aan Liturgiek. Vroeger lag de orde van dienst bijna volledig vast. Er was weinig speelruimte. Voor voorgangers was het soms alleen een invuloefening waarin de een veel zorg besteedde en de ander als sluitpost op zijn voorbereiding van de dienst hanteerde.

Gelukkig is daar verandering ingekomen. Uit Praktisch-Theologisch onderzoek blijkt dat hoe kerkgangers de dienst ervaren voor een groot deel bepaald wordt door de liturgie. De preek blijkt daarin een minder grote plaats in te nemen dan gedacht. Het is zeker niet zo dat als de preek maar goed is dan maakt het niet uit wat de ‘omlijsting’ is. Voor het welslagen van de dienst komt wel wat meer kijken. Dat geldt zowel voor de inhoud als de vorm. Een andere verandering is dat er steeds meer vrijheid is bij de invulling van de dienst. Bij vrijheid hoort ook verantwoordelijkheid en risico’s. De praktijk laat zien dat dat nogal eens onderschat wordt. Ondoordacht gebruik van de vrijheid en gebrek aan inzicht komt hebben tot gevolg dat de diensten vaak ‘onder de maat’ zijn. Het gaat wel om de eredienst, de dienst aan God. Zie hier het belang van het vak Liturgiek. Om toekomstige voorgangers ervan bewust te maken dat er wel wat meer komt kijken bij het invullen van een kerkdienst dan het invullen van de nummers van de liederen om te zingen.

Naast Liturgiek kennen we ook Liturgie Wetenschap. Die houdt zich vooral bezig met de ontwikkelingen in de liturgie. Hoe heeft de liturgie zich ontwikkelt tot het type kerkdienst dat we nu kennen? Wat is er waardevol in de historische ontwikkeling en waar moeten we kritisch naar kijken. Uiteindelijk dient ook de Liturige Wetenschap de Liturgiek en op college’s maken we dan ook af en toe uitstappen naar deze meer systematische benadering van de liturgie.
Volgende keer hoop ik aan de hand van enkele concrete voorbeelden aan te geven waar we in de college’s mee bezig zijn.

Seminarie Nieuws van 20 mei 2010, 112,2-3

Tags: