Auteur: Richard C. Vervoorn

Om gemeenten en predikanten hun weg te laten vinden in het nieuwe Liedboek dat eerder dit jaar gepresenteerd werd, belicht Opbouw iedere maand een lied. In deze editie lied 480: ‘Ik wandel in gedachten’.

LB 480

1 Ik wandel in gedachten
in Gods geboortehuis
gezegend zijn de nachten
van kerst, hier ben ik thuis.
Mijn hart vergeet de wereld
van haast en regeldruk.
Hier vind ik Jezus’ kribbe,
geloof is mijn geluk.

2 Geen woorden zijn te vinden
dat ik begrijpen zal
hoe God als hemels kindje
moet slapen in een stal.
U Heer, mijn levensadem,
het hoogste woord van God,
vindt minachting op aarde,
moet slapen in een grot.

3 Een mus heeft nog zijn nestje,
zijn eigen heggentak,
een zwaluw die wil rusten
vindt veilig onderdak,
een leeuw kan zich verschansen –
moet ik mijn God dan zien
in stro van iemand anders,
een stal, zo anoniem?

4 Kom in mijn hart en woon er,
het is geen vreemde plek,
u zelf hebt mij veroverd,
blijf in mij toegedekt.
Ik ben met ziel en zinnen
geopend, wonderstil.
Kom, wikkel U, Heer Jezus,
in diepten van mijn ziel.

Het nieuwe Liedboek bevat een schat aan oude en nieuwe kerstliederen. Als je de liederen voor de adventstijd meerekent zijn het er wel negentig!
Van de nieuwe liederen kies ik één van de twee kerstliederen van Ria Borkent. Maar vergeet ook niet naar de andere (‘Klaarlichte nacht’, LB 508) te kijken. Ook dat is een juweel, met een prachtige maar iets lastiger melodie dan LB 480).

Er gaat geen Noorse kerstviering (‘jul’) voorbij zonder dat het lied ‘Mitt hjerte alltid vanker’ gezongen wordt. En in Zweden en Denemarken worden varianten van dit populaire lied gebruikt. Al is populariteit is niet altijd een garantie voor kwaliteit – met kerst zingt Nederland massaal kerstliederen die ik graag voor ‘Ik wandel in gedachten’ zou inruilen.

De oorspronkelijke Deense tekst van dit lied komt van de piëtistische dichter-predikant Hans Adolph Brorson (1694-1764). Van Ria Borkent, de hertaler van zoveel Bach-koralen, mogen we wel verwachten dat ze raad weet met deze tekst, en daarin stelt ze niet teleur.

Wat mij aanspreekt in deze denkbeeldige reis naar de kribbe, is dat het een reis van het hart is. Weliswaar begint het met ‘in gedachten’, maar bijna meteen komen het hart en het geluk ter sprake. En ook – niet letterlijk benoemd, maar zeker aanwezig – verwondering.

De lyrisch tekst is mooi gevangen in hedendaagse woorden (zoals ‘regeldruk’) en beelden. Misschien dat het daarom zo diep raakt. Op twee passages wil ik de aandacht vestigen. De tweede strofe begint met: ‘Geen woorden zijn te vinden / dat ik begrijpen zal / hoe God als hemels kindje / moet slapen in een stal.’ Mij doet dat denken aan Psalm 19, de psalm van de vierde adventszondag: ‘Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord, het is een spraak zonder klank. Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal. Daar heeft hij een tent opgeslagen voor de zon.’ En in de derde strofe staat: ‘Een mus heeft nog een nestje / zijn eigen heggentak / een zwaluw die wil rusten / vindt veilig onderdak.’ En dat terwijl er voor Jezus geen eigen plek is. Het is een knipoog naar Borkents eigen kerstoratorium Licht voor de wereld: ‘Om onze schuld kwam Hij in Betlehem / Hij droeg de loden last van kwaad tot erger / van jongs af aan, naar de profetenstem / ze zouden het gezicht voor Hem verbergen / er was voor Hem geen plaats meer in de herberg. / Een vogel had een nest, de vos een hol / het Kind de voerbak, want de stad was vol.’

De enigszins melancholische melodie heeft wel iets weg van ‘God bless ye merry Gentleman’. Het is wandelen in gedachten en niet rennen! Pas daarbij op de vierde en vooral de achtste regel, de laatste gaat onverwacht anders.
Dit is niet een kerstlied om te zingen en zelf buiten schot te blijven, zoals zo vaak gebeurt. Naast verwondering is het tweede grondwoord ‘verlangen’ of ‘overgave’. Het eindigt niet voor niets met ‘Kom, wikkel U, Heer Jezus / in diepten van mijn ziel.’

Tags: , , ,