NGK Maastricht, 26-2-2012

Na 1 Koningen 18 volgt 1 Koningen 19. Het contrast tussen die twee is groot. Deze prediking gaat over Elia. Over zijn angst, vertwijfeling, zijn frustratie. Maar ook met zijn ontmoeting met de Enige.
“Elia was een mens als wij..” zegt Jakobus 5,17. Herkennen we iets van onszelf in deze profeet? Staat hij in hoofdstuk 19 niet dichter bij ons dan in hoofdstuk 18?

Het belangrijke moment in dit hoofdstuk is de ontmoeting die Elia heeft met God.
De Heer kwam voorbij. Vooraf ging

  • Een grote, krachtige windvlaag
  • Een aardbeving
  • Vuur

Maar daarin bevond zich de HEER niet.

Daarna was er de stem van een subtiele stilte.

De ontmoeting met de Heilige: mysterium tremens en mysterium fascinans. Het doet beven en verwonderen. ‘Tot niemand komt Gij onomwonden”

Willem Barnard (1920-2010) schreef “een versje bij 1 Koningen 19”, juist bij die ontmoeting met de Heilige: Dit prachtige lied – waaraan de preek haar titel ontleent – geef ik al vast mee:

Elia, een lied

Gij gaat voorbij. Een grote ademtocht,
alles wat vastomlijnd leek staat te beven –
In de emotie heb ik U gezocht,
Gij waart er niet. Niets dan mijn eigen leven.

En de ontreddering ging voor U uit,
het vuur als Uw heraut vooruitgezonden –
Ik bleef alleen in mijn eenzelvigheid,
tot niemand onzer komt Gij onomwonden.

En dan, als niets meer spreekt, alles blijft stom,
achter een sluier soms, uit een stil midden
is er een stem. Gij spreekt, maar andersom:
als ik niets hoor, als ik niets weet te bidden.

Tags: ,