LvdK Gezang 125, O kom, o kom Immanuël, heeft een heel lange geschiedenis, waarin de vorm en de functie van het lied sterk is veranderd. In dit artikel komen enkele belangrijke fasen in de geschiedenis van dit lied naar voren en zien we een nieuwe tekst (LB 466) voor LvdK gezang 125, die de oorsprong van dit lied meer recht doet. Een CD-tip geeft u de mogelijkheid om ook u oren een stukje van de rijke geschiedenis van deze hymne te laten beleven.

“O”-Antifonen

De oudste wortels van de advents-hymne vinden we in een eind-9e eeuws handschrift, het zogenaamde, Liber responsalis S.Gregorii Magni. S.Gregorii Magni is Gregorius de Grote, die de kerkmuziek heeft hervormd en naar wie het gregoriaans is genoemd. Het handschrift wordt bewaard in de stad Compiègne in Frankrijk en omdat er in het handschrift voornamelijk antifonen staan, wordt het ook wel het ‘Antifonale van Compiègne’ genoemd. Antifonen zijn korte teksten die een psalm of een canticum (dat is een bijbels lied, bijvoorbeeld de lofzang van Maria, het Magnificat of de lofzang van Simeon, het Benedictus) inleiden. De antifonen zijn niet alleen muzikaal belangrijk, omdat ze de toonsoort aangeven van de desbetreffende psalm, maar de psalm al samenvatten. Dat kan op verschillende manieren, zodat doormiddel van een antifoon de psalm of canticum als het ware gekleurd wordt, zodat dezelfde psalm op een ander moment in het liturgisch jaar anders belicht wordt. Nu bestaan die oudste wortels van gezang 125 niet uit een hymne maar uit zeven van die antifonen, die behoren bij het Magnificat, die met z’n zevenen worden aangeduid als de “O”-Antifonen.

De O antifonen, vormgegeven in de Trintity Church Myrthe Beach, South Carolina

Ze zijn bedoeld voor het getijdengebed, met name de Vespers (het avondgebed) en worden gezongen gedurende de week voor Kerst als een antifoon bij het Magnificat. De tekst is niet ontleend aan het canticum uit Lucas 1, maar ze hebben wel bijbels gedachtengoed, met name uit het Oude Testament. De naam “O”-Antifonen danken ze aan hun gemeenschappelijke aanvangsroep, de “O”-acclamatie. Dat “O” versterkt de roep tot Christus. Christus wordt echter niet bij zijn naam genoemd, maar met een messiaanse titel, die elke van de zeven dagen een andere is.

In eerste instantie bestond de Gregoriaanse cyclus uit zeven “O”-Antifonen, waarvan de eerste antifoon, “O sapientia” gezongen werd tijdens de vesper van de 17e, de tweede “O Adonay”, op 18 december en zo verder tot de laatste antifoon “O Emmanuel” was uitgevoerd op 23 december.

Wanneer je nu de messiastitels in omgekeerde volgorde leest (Emmanuel, Rex Gentium, Oriens, Clavis David, Radix Jesse, Adonay, Sapientia) dan vormen de initialen de woorden Ero cras: morgen zal ik er zijn. Zo zit in de roep om de komst van de Messias het antwoord van Christus in omgekeerde volgorde ingesloten. Dat doet denken aan het slot van de Apokalyps van Johannes, waar we twee keer lezen “Zie, Ik kom met spoed.” (Openbaring 22,7.12) en op het geroep van de bruid “Kom!” (Openbaring 22,17) volgt het “Ja, Ik kom met spoed!“ (Openbaring 22,20). Het vraag en antwoordspel van de bruid en bruidegom met betrekking tot de komst, de advent van de Heer vinden we dus op verborgen wijze in de “O”-Antifonen.

De latijnse hymne

De “O”-Antifonen waren erg populair, en in de twaalfde eeuw werden ze samengesmeed tot een grote hymne. Daarbij werden de antifonen omgewerkt tot strofen en voegde de bewerker een refrein toe. Het eerste wat hij veranderde was de volgorde. De hymne begint met Emmanuel en eindigt met Sapientia. Daarbij werd het Ero cras, de nieuwe volgorde.

Het refrein heeft verschillende bronnen. Allereerst is het ontleend aan de laatste “O”-Antifoon, nu de eerste strofe over de messiaanse titel Emmanuel. Verder wordt het veni (kom!) uit de antifonen naar dit refrein verplaatst. Het veni sluit aan bij de in de oude adventsliturgiën herhaaldelijk gehoorde uitroep: Veni ad liberandus nos. (Kom ons redden). Dat veni vinden we ook verwoord in de adventspsalm 80(79) (Qui regis Israel intende…. excita potentiam tuam et veni ut salvos facias nos/Herder Israël, zie toe… openbaar uw sterkte en kom ons redden).

Tevens is in het refrein verwerkt het antifoon van de derde adventszondag, die zondag Gaudete genoemd wordt, naar Filippenzen 4,4 “Verblijdt u in de Heer te alle tijd/Gaudete in Domino semper” en de bovengenoemde Psalm 80(79). In het latijn is het refrein: Gaude, Gaude, Emmanuel nasetur pro te Israel.

LvdK Gezang 125

Willem Barnard (1920-2010) schreef zijn eerste versie, die in het Liedboek voor de Kerken (LvdK) terecht gekomen is in aansluiting van de engelse herdichting van J.M. Neale. De engelse vorm, O come, o come Emmanuel kunt u horen op een CD van Kings College Choir, Cambridge, dirigent: Philip Ledger, met de titel Procession with Carols on Advent Sunday, EMI CDC 7 4919 2. Als u deze beluistert, kunt u gelijk horen hoe weldadig het is de twee refreinregels zonder rust achter elkaar door te zingen, zoals het ook weer in het nieuwe Liedboek (LB) staat. De titel van de CD doet deze geen recht. De opname is een – op de preek na complete, maar wel met de lezingen en gebeden – Evensong, dat is een Anglicaanse Vesperdienst. Aanbevolen.

Bij nader inzien was Willem Barnard niet tevreden met zijn eerste poging dit eeuwenoude lied in het Nederlands weer te geven en publiceerde hij een nieuwe versie, die de latijnse oorspronkelijke tekst meer recht doet, de volgorde herstelt en die wat hem betreft in de plaats komt van de tekst bij gezang 125. In gezang 125 komen maar vijf Messiaanse titels voor Sapientia (Wijsheid) en Rex Gentium (Koning der volkeren) zijn verdwenen. Daarentegen is de titel `Herder’ (uit de adventspsalm 80) toegevoegd, en vinden we in strofe 5 zowel de acclamatie `O Adonai” als de aanspraak `onze Heerser’ hetgeen verwijst naar Rex Gentium.

De versie van LB 466 kan net als LvdK 125 op de ingeburgerde melodie gezongen worden, dat is Thomas Helmore’s aanpassing van de oorspronkelijke melodie voor Neale’s herdichting, maar let erop dat de twee regels van het refrein nu zonder rust ertussen worden gezongen.

Sapientia (Spreuken 8,1-16)

O wijsheid, daal als vruchtbare taal!
Het zaad verdort, de oogst wordt schraal,
op aarde plant het kwaad zich voort,
de waanzin voert het hoogste woord.
O kom, o kom, Emmanuel!
Verblijd uw vol, uw Israël!

Adonay (Deuteronomium 10,16-20)

O kom, die Heer en meester zijt,
verschijn ons toch in majesteit!
Verlichte wolk en lopend vuur,
zo waart Gij eens op aarde hier.
O kom, o kom, Emmanuël!
Verblijd uw volk, uw Israël!

Radix Jesse (Jesaja 11,1-10)

Ja kom, Gij wortel Isai,
verlos ons van de tirannie,
van alle goden dezer eeuw,
o herder, sla de boze leeuw!
O kom, o kom, Emmanuël!
Verblijd uw volk, uw Israël!

Clavis David (Jesaja 22,20-22 / Openbaring 3,7)

Ontsluit, Gij die de sleutel zijt,
die opendoet en niemand sluit,
het huis van dood en duisternis
waarin uw volk gekluisterd is!
O kom, o kom, Emmanuël!
Verblijd uw volk, uw Israël!

Oriens (Maleachi 3,20 [4,1-3]) 

Daag op, o grote dageraad,
licht aan, wij zijn ten einde raad,
verjaag de nacht van onze nood
en maak uw toekomst rozerood!
O kom, o kom, Emmanuël!
Verblijd uw volk, uw Israël!

Rex Gentium (Jeremia 10,6-7)

Koning der volken, heers alom
en, eerste van de aarde, kom!
Gij hoeksteen, maak ons samen één,
verzamel allen om U heen!
O kom, o kom, Emmanuël!
Verblijd uw volk, uw Israël!

Emmanuel (Jesaja 7,14)

Emmanuël, bewijs uw naam!
wees uw belofte, neem ons aan,
zegen het volk dat vrede wil,
maak Israël gerust en stil.
O kom, ja, kom, Emmanuël!
Verblijd uw volk, uw Israël!

Cypriotische isoritmische gezangen

Wie eens op een bijzondere manier wil kennismaken met en genieten van deze adventsantifonen kan ik een CD aanraden van het Huelgas Ensemble onder leiding van Paul van Nevel, met de titel “Cypriot Advent Antiphons Anonymus C.1390”, uitgebracht door Deutsche Harmonia Mundi (bestelnummer RD77977).

In de Nationale Bibliotheek te Turijn, Italië, bevindt zich een handschrift van Cypriotische muziek, uit de periode van culturele en muzikale bloei van Cyprus (1359- 1432). Het is de enige bron voor Cypriotische middeleeuwse muziek. Cyprus werd toen geregeerd door vorsten afkomstig uit Frankrijk en de Franse invloed op de muziek is dan ook enorm. Het handschrift bevat allerlei muziek, voor het getijdengebed, voor de mis, polyfonische gloria’s en credo’s, motetten en wereldlijke muziek.

De derde sectie van dit manuscript bevat 41 motetten in Franse stijl, en daarin bevindt ook een cyclus van negen-antifonen voor de adventstijd. Negen, bij de oorspronkelijke 7 antifonen, zoals hierboven genoemd, is er in de late middeleeuwen een achtste antifoon toegevoegd voor de vesper van 24 december dat meestal, en ook in dit geval de middeleeuwse hit “O Virgum Virgimum” was. Dat hing samen met de enorme populariteit die de verering van de Maagd Maria had verkregen.

Als een plaatselijke bijzonderheid bevat de cyclus uit Cyprus een negende motet voor het Kerstfeest “Hodie puer nascitur”.

U zult waarschijnlijk weinig van de tekst kunnen volgen. Allereerst is de tekst “versierd” met een enorme hoeveelheid andere tekst. Het ging er de componist echt niet om de tekst verstaanbaar te presenteren. De muziek ging boven alles. Een eerste kennismaking met deze ongeveer zeshonderd jaar oude muziek kan overweldigend zijn! En zo mogen we deze muziek beluisteren als muziek ter ere van de komst van de Koning, niet alleen in Betlehem, maar eens in heerlijkheid.

Van harte aanbevolen!

Cypriotische adventsantifonen

Kerkblad voor het Noorden, 28 november 1997, 46e jaargang nr 48, 3-4
Bij dit artikel is 29 november 2013 de tekst van de Evangelische Liedbundel EL 99 vervangen door de tekst van het Liedboek 466. Let op. Er zijn dus drie verschillende versies van de tekst, LvdK 125, EL 99 en LB 466. Het verschil tussen EL 99 en LB 466 is vooral de zinsvolgorde binnen de strofes, en bij de eerste zes strofes is de regel “O kom, ja, kom, Emmanuël!” veranderd in “O kom, o kom, Emmanuël!”.

Illustratie: Ero Cras; Ik zal er morgen zijn, eindejaarsgrafiek 2008 van © André Pelgrim, Vlaardingen

Tags: , , , ,