Auteur: Richard C. Vervoorn

‘De Heer regeert vanaf het hout’

We hebben gezongen uit dat lied van Venantius Fortunatus, uit de zesde eeuw, met die opmerkelijke woorden van de vierde strofe:

Wat David in zijn vrome lied
voorspeld heeft, dat is nu geschied.
Hij heeft de volkeren geleerd
dat God vanaf het hout regeert.

Dat vrome lied van David dat zal wel een psalm zijn, maar welke? Waar lezen we dat? U zult dat tevergeefs zoeken in uw bijbel, maar toch is volstrekt duidelijk welke psalm daarmee bedoeld is.
Het is een van de psalmen over het Koningschap van God, en wel Psalm 96,10
We lezen in de Nieuwe Bijbelvertaling daar:

Zeg aan de volken:
‘De HEER is koning.
Vast staat de wereld, zij wankelt niet.
Hij oordeelt de volken naar recht en wet.’

De NBV zet veel werkwoordsvormen om in zelfstandige naamwoorden, bijvoorbeeld het werkwoord ‘regeren’ in het zelfstandig naamwoord ‘koning’, en zo leest de Statenvertaling hier:

Zegt onder de heidenen:
De HEERE regeert;
ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden;
Hij zal de volken richten in alle rechtmatigheid.

Daar staat dus de Heer regeert, maar daarmee zijn we er nog niet. We vinden nog niet dat God vanaf het hout regeert.
Daarvoor gaan we terug naar de eerste christelijke schrijver na het Nieuwe Testament, Justinus de martelaar uit de tweede eeuw. Van zijn werken zijn twee verdedigingen van het christelijk geloof overgeleverd en een dialoog met een Jood. In de dialoog citeert hij Psalm 96,10 in het Grieks en daar staat dan volgens Justinus: ‘

Zegt onder de heidenen:
De HEER regeert vanaf het hout;

Voor Justinus is het duidelijk dat dat hout waarover Koning David spreekt in deze psalm het kruishout is, waar de ‘Koning der Joden’ is gekruisigd. Nu zijn er inderdaad enkele oude handschriften van de Griekse vertaling van het Oude Testament (LXX) waar die woorden vanaf het hout (απο του ξυλου) staan en Justinus beschuldigt de Joden dat zij die woorden in de meeste handschriften hebben geschrapt, omdat die naar Christus verwezen. In ieder geval vinden deze woorden hun weg, ook naar de oude Romaanse Psalter (dicite in nationibus Dominus regnauit a ligno), zeg maar de voorloper van de Psalmen in de Latijnse vertaling van Hieronymus, de Vulgaat en tot op de dag van vandaag zijn er liturgische teksten die gereciteerd worden en teruggaan op deze oude Romaanse Psalter. Nog steeds gaat de boodschap van de Oude Kerk uit: dat de Heer regeert vanaf het hout. En daarmee brengt de Oude Kerk onder onze aandacht dat Jezus niet alleen als gewillig Lam de zonden op zich nam, als onze enige Hogepriester die zichzelf ten offer gaf, maar even zeer dat Hij zijn lijden en sterven op koninklijke, ja majesteitelijke wijze op zich nam. Zijn sterven was daad, regeringsdaad, het Lam regeert, de Heer regeert vanaf het hout. Hier is een koning die de strijd aangaat tegen “de duivel en zijn hele rijk”, daarom was Luther deze verkeerde vertaling van Psalm 96,10 ook lief. Hij ging de strijd aan en overwon. Dat is pas met Pasen duidelijk maar zijn overwinning was aan het kruis. Daar heeft hij de macht van de zonde, de macht van de dood meegenomen in zijn verlossend sterven. Daarom spreekt de evangelist Johannes ook over Jezus verhoging, als hij het heeft over zijn zijn kruisiging. Deze koning regeert vanuit de diepste vernedering, zijn troon is een kruis, omdat deze koning onder ons is als een die dient. En het kruis is zijn zege-teken, zoals Gezang 186 dat zo prachtig bezingt: ‘Zing, mijn tong, bezing het teken van de zege in de strijd; ‘t vaandel dat de Heer zal steken, is het kruis waaraan Hij lijdt.’

Een koninklijk sterven

Lucas laat duidelijk uitkomen dat Jezus als koning sterft. Allereerst het opschrift boven zijn hoofd: ‘Dit is de koning van de Joden’. Als koning was Jezus Jeruzalem ingegaan, als vredesvorst rijdend op een ezel.
Wie herkent in deze machteloze gekruisigd een regerend vorst? Wel, de ene moordenaar die met Hem gekruisigd is en met Hem zal opstaan, omdat Hij zich onderwerpt aan deze koning:
‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’ Het is wat, je lot in de handen leggen van de lijdende en stervende Christus. Op dat moment was Hij niet om aan te zien, met zijn trillend en uitgemergeld lichaam, waar de lichaamssappen zich een weg naar beneden zochten. Of – om het met de woorden van Psalm 22,15v te zeggen:

Als water ben ik uitgegoten,
mijn gebeente valt uiteen,
mijn hart is als was,
het smelt in mijn lijf.
Mijn kracht is droog als een potscherf,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,
u legt mij neer in het stof van de dood.

Maar de misdadiger herkent in hem de koning en het is met majesteit, met koninklijke waardigheid, met soevereiniteit dat Jezus de misdadiger zijn zonde vergeeft en hem de toegang verleent tot het Koninkrijk der hemelen.
‘Hij die zichzelf niet kon redden, deze volstrekt onmachtige is Degene die het Koninkrijk opent, de Voorganger op een lange, maar niet doodlopende weg.’
Dat is het geheim van het kruis, dat is het geheim van zijn koningschap. Voor theologen soms verborgen maar voor misdadigers zichtbaar, geopenbaard door de hemelse Vader.
Nee, niet alleen als de grote medelijdende Hogepriester, maar ook als de zachtmoedig koning. Lees de trekken van deze koning in Psalm 72,12-13 de koningspsalm.

Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,
wie zwak is en geen helper heeft.
Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,
wie arm is, redt hij het leven.

Hij verlost hen van onderdrukking en geweld,
hun bloed is kostbaar in zijn ogen.

Zijn koningschap heeft hij zelf onder woorden gebracht met de woorden:

‘Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’ (Mt 11,28-30)

Kom, laten we ons scharen onder het vaandel van deze koning, het kruis. Wat een fantastisch evangelie: de Heer ”regeert vanaf het hout”!

Orde van dienst

Meditatie gehouden op Witte donderdag 2013 in Heerde (GKv/NGK)

Welkomstekst
Openingstekst
Zingen: EL 300 ‘vert.II’: Bij God ben ik geborgen’ (Taizé)
Gebed
Lezen: Lucas 23,33-45
Zingen: LBvdK: Gezang 185 : 1+4+10
Meditatie ‘De Heer regeert vanaf het hout’
Zingen: LBvdK: Psalm 99 : 3+4
Gebed
Zegening

Hymnus in Honore Sanctae Crucis

Het complete lied van Venantius Fortunatus in het Latijn:

Vexilla regis prodeunt,
fulget crucis mysterium,
quo carne carnis conditor
suspensus est patibulo.

Confixa clavis viscera
tendens manus, vestigia
redemptionis gratia
hic inmolata est hostia.

Quo vulneratus insuper
mucrone diro lanceae,
ut nos lavaret crimine,
manavit unda et sanguine.

Inpleta sunt quae concinit
David fideli carmine,
dicendo nationibus:
regnavit a ligno deus.

Arbor decora et fulgida,
ornata regis purpura,
electa, digno stipite
tam sancta membra tangere!

Beata cuius brachiis
pretium pependit saeculi!
statera facta est corporis
praedam tulitque Tartari.

Fundis aroma cortice,
vincis sapore nectare,
iucunda fructu fertili
plaudis triumpho nobili.

Salve ara, salve victima
de passionis gloria,
qua vita mortem pertulit
et morte vitam reddidit.

Tags: , , ,