Nederduits Gereformeerde Sendingkerk, 1986

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw, toen de spanning in Zuid Afrika tot ongekende hoogte opliep door de steeds beter georganiseerde en grimmiger strijd tegen apartheid kwam de Belhar belijdenis tot stand. In 1994 werd de Belhar belijdenis aanvaard door de Verenigde Gereformeerde Kerk in Suider Afrika, als een van haar confessies naast de drie formulieren van enigheid.

Artikel I

Wij geloven in de Drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, die door zijn Woord en Geest zijn kerk vergadert, beschermt en onderhoudt vanaf het begin van de wereld tot aan het einde.

Artikel 2

Wij geloven één heilige algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, geroepen uit heel het menselijk geslacht.

Wij geloven:

  • dat het verzoeningswerk van Christus zichtbaar wordt in de kerk als geloofsgemeenschap van hen die met God en met elkaar verzoend zijn; (Efeziërs 2:11-22)
  • dat de eenheid van de kerk van Jezus Christus daarom een gave én een opdracht is; dat dit een samenbindende kracht is door de werking van Gods Geest, maar tegelijkertijd een werkelijkheid die nagejaagd en gezocht moet worden en waartoe het volk van God voortdurend opgebouwd moet worden; (Efeziërs 4:1-16)
  • dat deze eenheid zichtbaar moet worden, opdat de wereld gelove; dat gescheidenheid, vijandschap en haat tussen mensen en groepen van mensen zonde is die al door Christus overwonnen is en dat alles wat de eenheid kan bedreigen daarom in de kerk van Christus geen plaats mag hebben, maar bestreden moet worden; (Johannes 17:20-23)
  • dat deze eenheid van het volk van God op verschillende manieren zichtbare gestalte moet krijgen en werkzaam moet zijn: daarin dat wij elkaar liefhebben, gemeenschap met elkaar beleven, najagen en beoefenen; daarin dat wij verplicht zijn om onszelf gewillig en met vreugde tot nut en heil van elkaar te geven; daarin dat wij één geloof delen, één roeping hebben, één van ziel en één van zin zijn, één God en Vader hebben, van één Geest doordrongen zijn, met één doop gedoopt zijn, van één brood eten en uit één beker drinken, één Naam belijden, aan één Heer gehoorzaam zijn, ons voor één zaak beijveren, één hoop met elkaar delen, samen de hoogte en breedte en diepte van de liefde van Christus leren kennen; samen opgebouwd worden tot de gestalte van Christus, tot de nieuwe mensheid; samen elkaars lasten kennen en dragen en zo de wet van Christus vervullen; elkaar nodig hebben en elkaar opbouwen; elkaar vermanen en elkaar vertroosten; samen met elkaar lijden voor de gerechtigheid; samen bidden; samen dienstbaar zijn aan God in deze wereld; samen strijden tegen alles wat deze eenheid mag belemmeren of bedreigen; (Filippenzen 2:1-5, 1 Korintiërs 12:4-31, Johannes 13:1-17, 1 Korintiërs 1:10-13, Efeziërs 4:1-6, Efeziërs 3:14-20, 1 Korintiërs 10:16-17, 1 Korintiërs 11:17-34, Galaten 6:2, 2 Korintiërs 1:3-4)
  • dat deze eenheid slechts in vrijheid gestalte kan krijgen en niet onder dwang; dat de verscheidenheid van geestelijke gaven, gelegenheden, achtergronden, overtuigingen, net als de verscheidenheid van taal en cultuur, vanwege de verzoening in Christus gelegenheden biedt tot wederzijdse dienst en verrijking binnen het ene zichtbare volk van God; (Romeinen 12:3-8, 1 Korintiërs 12:1-11, Efeziërs 4:7-13, Galaten 3:27-28, Jakobus 2:1-13)
  • dat het ware geloof in Jezus Christus de enige voorwaarde is voor het lidmaatschap van deze kerk.

Daarom verwerpen wij elke leer

  • die óf de natuurlijke verscheidenheid óf de zondige gescheidenheid zo verabsoluteert dat deze verabsolutering de zichtbare en werkzame eenheid van de kerk belemmert of verbreekt of zelfs tot de vorming van een aparte kerk leidt;
  • die voorgeeft dat deze geestelijke eenheid werkelijk bewaard wordt door de band van de vrede, terwijl gelovigen met dezelfde belijdenis van elkaar vervreemd worden ter wiIle van de verscheidenheid en vanwege de onverzoendheid;
  • die ontkent dat een weigering om deze zichtbare eenheid als een kostbare gave na te jagen zonde is;
  • die, uitgesproken of onuitgesproken, voorgeeft dat afkomst of enige andere menselijke of sociale factor medebepalend is voor het lidmaatschap van de kerk.

Artikel 3

Wij geloven

  • dat God aan zijn kerk de boodschap van verzoening in en door Jezus Christus heeft toevertrouwd; dat de kerk geroepen is om het zout van de aarde en het licht van de wereld te zijn; dat de kerk zalig genoemd wordt omdat zij vredestichter is; dat de kerk door woord en daad getuige is van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont; (2 Korintiërs 5:17-21, Matteüs 5:13-16, Matteüs 5:9, 2 Petrus 3:13, Openbaring 21-22)
  • dat God door zijn levenwekkende Woord en Geest de machten van zonde en dood, en daarom ook van onverzoendheid en haat, bitterheid en vijandschap overwonnen heeft; dat God door zijn levenwekkende Woord en Geest zijn volk in staat stelt om te leven in een nieuwe gehoorzaamheid die ook in de samenleving en de wereld nieuwe levensmogelijkheden kan brengen; (Efeziërs 4:17-6:23, Romeinen 6, Kolossenzen 1:9-14, Kolossenzen 2:13-19, Kolossenzen 3:1-4:6)
  • dat deze boodschap ongeloofwaardig gemaakt wordt en dat de heilzame uitwerking ervan in de weg gestaan wordt, wanneer die boodschap verkondigd wordt in een land dat pretendeert christelijk te zijn, maar waarin de gedwongen scheiding van mensen op grond van ras onderlinge vervreemding, haat en vijandschap bevordert en bestendigt;
  • dat elke leer die zo’n gedwongen scheiding vanuit het evangelie wil legitimeren en het niet wil wagen met de weg van gehoorzaamheid en verzoening, maar die uit vooroordeel, vrees, zelfzucht en ongeloof de verzoenende kracht van het evangelie bij voorbaat verloochent, een ideologie en een dwaalleer is.

Daarom verwerpen wij elke leer

  • die in naam van het evangelie of de wil van God de gedwongen scheiding van mensen op grond van ras en kleur in zo’n situatie sanctioneert en daardoor de bediening en beleving van de verzoening in Christus bij voorbaat belemmert en ontkracht.

Artikel 4

Wij geloven

  • dat God Zichzelf geopenbaard heeft als de Ene die gerechtigheid en ware vrede onder mensen wil brengen; dat Hij in een wereld vol onrecht en vijandschap op een bijzondere wijze de God van de noodlijdenden, de armen en ontrechten is en dat Hij zijn kerk oproept om Hem hierin na te volgen; dat Hij verdrukten recht verschaft en hongerigen brood geeft; dat Hij de gevangenen losmaakt en blinden ziende maakt; dat Hij hen die gebogen zijn ondersteunt, de vreemdelingen behoedt, wezen en weduwen helpt en de weg van de goddelozen krom maakt; dat voor Hem zuivere en onbevlekte godsdienst is om te zien naar de wezen en de weduwen in hun druk; dat Hij zijn volk wil leren goed te doen en het recht te betrachten; (Deuteronomium 32:4, Lucas 2:14, Johannes 14:27, Efeziërs 2:14, Jesaja 1:16-17, Jakobus 1:27, Jakobus 5:1-6, Lucas 1:46-55, Lucas 6:20-26, Lucas 7:22, Lucas 16:19-31, Psalm 146, Lucas 4:16-19, Romeinen 6:13-18, Amos 5)
  • dat de kerk daarom mensen in elke vorm van lijden en nood moet bijstaan, wat onder andere inhoudt dat de kerk zal getuigen en strijden tegen elke vorm van ongerechtigheid zodat het recht als water zal golven en gerechtigheid als een immer vloeiende beek;
  • dat de kerk als eigendom van God moet staan waar Hij staat, namelijk tegen de ongerechtigheid en bij de ontrechten; dat de kerk als volgeling van Christus moet getuigen tegenover alle machtigen en bevoorrechten die uit zelfzucht hun eigen belang zoeken en over anderen beschikken en hen benadelen.

Daarom verwerpen wij elke ideologie

  • die vormen van ontrechting legitimeert en elke leer die niet bereid is om vanuit het evangelie zo’n ideologie te weerstaan.

Artikel 5

Wij geloven dat de kerk geroepen wordt om dit alles te belijden en te doen, in gehoorzaamheid aan Jezus Christus, haar enige Hoofd, ook al zouden ook de overheden en verordeningen van mensen daartegen zijn en al daaraan zou straf en lijden verbonden zijn. Jezus is Heer.
Aan de enige God, Vader Zoon en Heilige Geest, komt toe eer en heerlijkheid tot in eeuwigheid. (Efeziërs 4:15-16, Handelingen 5:29-33, 1 Petrus 2:18-25, 1 Petrus 3:15-18)

Bron: Opbouw 53.21 (2009), 15-16, met kleine veranderingen

Illustratie: I Heard the Cry of My People by Margrit Roussos, Zuid Afrika.

Engelse tekst op de site van Christian Reformed Church ook als pdf te downloaden

Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *